Pantherophis Guttatus

Introductie
De wetenschappelijke naam van deze slang is Pantherophis Guttatus. Deze wordt hier rode rattenslang, korenslang of ook wel gut genoemd. De rode rattenslang kan in het wild worden gevonden in verschillende regio’s van Noord-Amerika.

De rattenslang is een populaire slang om als huisdier te houden en zijn dan ook prima beginnersslangen. Ze hebben een vrij rustig karakter, zijn makkelijk in de omgang en stelt niet al te hoge eisen aan zijn verzorging. Deze wurgslang bereikt een gemiddelde lengte tussen de 1 en 1,5 meter.

Voordat de rattenslang aangeschaft wordt, dient alles al klaar te staan. Houd er wel rekening mee dat een rattenslang tussen de 15 en 20 jaar kan worden.

Huisvesting
De rattenslang wordt voornamelijk in terraria gehouden. Ze hebben minimaal een terrarium van 80x50x50 cm ( l x b x h ) voor een volwassen dier. Een koppel 100x50x50 cm ( l x b x h ). In de natuur leven deze dieren vrijwel altijd solitair. Om te beginnen moet er altijd vers water in het terrarium aanwezig zijn. Ze stellen het op prijs als de waterbak groot genoeg is om er volledig in opgerold te kunnen liggen. Zorg altijd voor genoeg schuilplekken! Een slang is gesteld op privacy en wilt zich graag kunnen terugtrekken. Een schuilplek kan al bestaan uit een omgekeerde plantenpot met een opening aan de zijkant. Verder kan er naar smaak worden ingericht. Een aantal klimtakken stellen ze zeer op prijs.

De bodembedekking is net wat bij iemand past. Dit kan zijn van bark tot kranten. Kijk met houtsnippers wel uit met het voeren van de slang, aangezien zij eventueel de bodembedekking binnen kunnen krijgen bij het eten van de prooi. Als oplossing kan de slang in een aparte bak gevoerd worden.

De temperaturen zijn bij de rattenslang belangrijk. De gewenste temperatuur kan op verschillende manieren bereikt worden. De meeste gebruikte warmtebronnen zijn warmtelampen en warmtematten. Zorg bij een warmtemat dat deze altijd buiten de bak is waar de slang in gehouden wordt. De slang mag nooit in direct contact komen met de warmtemat. Wordt er een warmtemat gebruikt bij een glazen terrarium, zet het terrarium dan op pootjes of doppen zodat de warmtemat niet in direct contact staat met het glas. Zo worden scheuren voorkomen in het glas doordat de warmte weg kan. Slangen mogen ook nooit in direct contact kunnen komen met een warmtelamp. Deze kunnen in het terrarium worden gehangen, maar altijd met een goede beschermkap eromheen. Het is geen fijn gezicht om een slang vastgeplakt terug te vinden aan een warmtelamp.

Een rattenslang heeft de keuze nodig om aan een warme of koude kant te liggen. Zorg dat de warme kant zo rond de 28 graden zit en de koude kant rond de 25 graden. ‘S nachts mag de rattenslang nooit onder de 18 graden gehouden worden. Anders is de kans op verkoudheid en/of longontsteking aanwezig. Dit kan uiteindelijk lijden tot de dood. Zorg dat de nacht temperatuur rond de 20 graden blijft. De luchtvochtigheid moet zitten tussen de 50 – 80%. Zakt de luchtvochtigheid in de bak, dan is sproeien met een plantenspuit een optie..

Zo, de bak staat en als alles goed werkt kan de rattenslang zijn intrede maken. Het uitzoeken van een rattenslang is natuurlijk het leukste gedeelte, maar welke slang is nu geschikt. Er zijn momenteel enorm veel kleurslagen bij de rattenslangen. Rattenslangen zijn te koop op reptielenbeurzen, bepaalde dierenwinkels, kleine hobbykwekers en de professionele kwekers. .

De rattenslang is gekozen en gekocht. Laat het dier rustig aan zijn nieuwe huis wennen en laat het echt een aantal dagen (liefst een week!) met rust. Ze kunnen wat gestrest zijn doordat ze een lange rit achter de rug hebben en in een totaal vreemde omgeving terecht komen. Geef het dier daarom ook niet direct eten. Wacht rustig een paar dagen af.

Voeding
Een jong dier kan elke week gevoerd worden, voor volwassen dieren (ongeveer 3e levensjaar) is 1x per 2 weken prima. Ze zijn erg makkelijk qua voedsel. Jonge dieren krijgen om te beginnen pinky muisjes. Naarmate het dier groeit kan de prooi ook groter worden aangeboden. Uiteindelijk kunnen ze volwassen muizen, kleine ratten, hamsters, etc. eten. De rattenslang eet al vrij snel dood voedsel, maar er kan een uitzondering tussen zitten. De rattenslang heeft de neiging om erg snel dik te worden als ze als volwassen dieren te veel worden gevoerd. Dit is erg gevaarlijk voor de gezondheid van de slang. De rattenslang hoort mooi slank te zijn. Ziet deze eruit als een streng worstjes, dan is de slang duidelijk veel te dik.

Vervelling
Een keer in de zoveel tijd zal de rattenslang gaan vervellen. Bij jonge dieren gebeurd dit vaker dan bij oudere dieren. De slang wordt wat doffer van kleur en krijgt een blauwe waas over de ogen. Dit trekt na 1 a 2 dagen weer weg. Sproei altijd wat extra in het terrarium voor een goede vervelling. Het duurt nu nog ongeveer een week voordat de slang zich zal gaan vervellen. Dit neemt niet meer dan een paar uur in beslag. Een gezonde slang in een goede omgeving zal in een stuk vervellen. Is dit niet het geval, dan moet er naar de luchtvochtigheid gekeken worden. Stress kan een oorzaak zijn van het niet goed door de vervelling heen komen. Trek nooit het vel zelf van de rattenslang af, de slang moet dit zelf doen. Aan te raden is om de slang in een lauw warm badje te doen, zodat het vel wat kan losweken. Laat het dier door een vochtige handdoek kruipen, zodat de slang zelf de restante vel zal afschuren. Controleer altijd of de oogkappen goed zijn meegekomen en ook of het puntje van de staart goed is vervelt.

Geslachtsbepaling
Het geslacht is bij de rattenslang niet heel gemakkelijk te zien. Er wordt gezegd dat de staart van de man vaak wat langer en dunner is dan die van de vrouw, maar in de praktijk blijkt dit nog wel eens onwaar te zijn. Om het geslacht te weten te komen kan er worden gesondeerd of gepopt. Laat dit altijd door iemand doen die ervaring heeft!!! Bij verkeerd sonderen kan behoorlijk wat schade aan het weefsel toegebracht worden en bij verkeerd poppen kan de rug worden gebroken.

Sonderen
Bij sonderen wordt er een stompe naald in de cloaca gestoken om te kijken hoe ver deze gaat. Gaat deze tot 3 schubben, dan is het een vrouw. Kan deze verder worden gestoken, zo rond de 8-9 schubben, dan is het een man.

Poppen
Bij poppen wordt de hemipenis naar buiten gedrukt door middel van 2 vingers bij de cloaca. Bij een man zijn 2 rode penissen aan elke kant te zien. Bij een vrouw zijn 2 kleine witte puntjes die wat verder naar de buitenkant steken te zien.

Voortplanting
Bij de voorplanting is natuurlijk een man en een vrouw nodig. Beide slangen moeten op goed gewicht zitten. Wij kweken zelf niet eerder met de slangen voordat zij hun 3de levensjaar hebben bereikt. Ze zijn al eerder vruchtbaar, maar doordat ze dan nog vrij jong zijn, zitten hier meerdere risico’s aan..

Voor een succesvolle kweek kan een winterrust ingesteld worden. Dit is de periode tussen oktober en februari. De temperaturen en de lichturen zullen hierbij omlaag worden gebracht en de dieren zullen deze gehele periode ‘rusten’. Er hoeft in deze periode niet gevoerd te worden. Zorg wel altijd dat er water aanwezig is. Zelfs zonder winterrust is er kans op een succesvolle kweek, maar met een winterrust wordt de kwaliteit van de sperma van de man verbeterd en de vrouwen maken betere follikels aan.

Als de winterrust periode over is wordt de temperatuur en de lichturen weer omhoog gebracht. Bied dan weer rustig aan voedsel aan. Geef niet direct het formaat wat ze aten voordat ze de winterrust ingingen, maar net even 1 of 2 maatjes kleiner. De spijsvertering moet eerst weer op gang gaan komen. Na een aantal maaltijden en een vervelling kunnen de vrouw en de man bij elkaar gezet worden. De rattenslangen zullen vrij snel gaan paren. De man kan achter de vrouw aankruipen met schokkende bewegingen. Bij de paring zal een lock worden waargenomen. De 2 staarten zitten dan rondom elkaar verweven. Dit kan een aantal minuten duren, maar ook een aantal uren.

Als de paring goed gelukt is zal de vrouw dikker worden en eventueel stopt zij met eten. Dit is niet altijd het geval. Zet alvast een broedbak in het terrarium. Deze kan gevuld worden met vochtig substraat, zoals mos of vermiculiet. De vrouw zal vlak voor zij de eieren gaat leggen de broedbak inkruipen. Staat er geen broedbak in het terrarium dan is de kans groot dat zij de eieren in de waterbak zal gaan leggen of zelfs legnood zal hebben. Na een aantal weken gaat de vrouw vervellen. Hierna duurt het niet heel lang meer voordat zij de eieren zal gaan leggen. De vrouw wordt onrustig en zal richting de broedbak gaan. Laat haar lekker met rust. Stress kan alsnog legnood veroorzaken. Na ongeveer 7 tot 14 dagen na haar vervelling zal zij de eieren leggen. Dit kan tot zelfs 24 uur duren. Als de vrouw klaar is met eieren leggen kunnen de eieren worden overgeplaatst naar de broedstoof. Haal voorzichtig de vrouw van haar eieren af. Zorg ervoor dat de eieren niet gaan omrollen, dit kan voor afsterving van de vrucht zorgen. Doe de eieren in een curver bakje met een mix van vermiculite en perlite. 3 kopjes vermicilite en 1 kopje perlite is een goede verhouding. Om de luchtvochtigheid omhoog te houden wordt er water toegevoegd. Als het mengsel in de hand wordt opgepakt moet het vochtig aanvoelen, maar geen water meer uitdruipen. Probeer de eieren hetzelfde in de curver bak te doen zoals ze gelegd zijn. Haal de eieren het liefst niet van elkaar af. Eieren die gelig en kleiner zijn, zijn vaak onbevrucht en worden dan ook wel ‘slugs’ genoemd. Deze kunnen worden weggegooid. Zorg dat de eieren geen zijkanten of bovenkant van de curver aanraken. Doe de deksel op de curver, eventueel met wat kleine luchtgaatjes. De temperatuur om de eieren uit te broeden ligt tussen de 27 en 29 graden. Een hogere temperatuur zal de eieren uitdrogen en de vrucht doden. De luchtvochtigheid moet worden behouden rond de 90%. Met de juiste bodembedekking zal dit geen probleem zijn. De eieren zullen met ongeveer 60 dagen uitkomen.

Voordat de eieren in de broedstoof gaan, kunnen deze eventueel worden ‘gecandled’. Hierbij wordt een klein zaklampje tegen het ei gehouden. Zo kan er worden waargenomen of het ei bloedvaten aan het ontwikkelen is. Is het ei wat geel en zijn er geen bloedvaten te zien, dan is deze waarschijnlijk onbevrucht. Bij twijfel het ei gewoon in de broedstoof leggen. Er kan later altijd nog een keer gekeken worden of het ei bloedvaten heeft ontwikkeld. Zou dit niet zo zijn, dan kan het ei worden weggehaald, anders gaat het rotten.

Caresheet is gemaakt door Coffin Snakes.

Speak Your Mind

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>